21 juni 2008

Het keert



Er staan vijf jongens op de foto. De linkse weet nog niet op dit moment dat hij ooit mijn grootvader zal worden. Hij weet niet eens wie zijn zonen zullen zijn. Ik blijf kijken naar deze foto. Ze moet aan zijn leeftijd te zien nu bijna honderd jaar oud zijn. Het lijkt koud. De handen in de zakken. Een pet. Een licht bezorgde, misschien wel beetje angstige blik.

Wat zouden ze doen daar, die jongens? Hebben ze iets besproken? Zijn ze gewoon daar, toevallig, op het moment dat iemand een foto gaat maken? In die tijd is een foto maken niet iets dat bijna ongemerkt, bijna onverschillig verloopt. Er wordt tijd voor genomen, zoals het hoort. Wat je uiteindelijk ziet, is uit de tijd geknipt. Misschien wel letterlijk. Het moment weggezogen. Bijna zoals mensen die vrezen dat hun ziel in de foto zal verdwijnen.

Het zal nog redelijk lang duren eer hij vader wordt. De jonge vader die ik op andere foto’s zie fascineert me. Door mijn ogen gezien is het een leven dat hij al heeft verlaten wanneer hij in het mijne komt. Zoals je in een kamer bent waarvan je de deur kunt sluiten om naar een andere te gaan. In zijn ogen is er misschien wel nooit een andere kamer geweest. Net zoals er in mijn ogen geen kamers zijn in mijn leven. Wat dan weer anders is voor wie naar mij kijkt.

Ik zou hem willen vragen om even bij me te komen zitten. Hier en nu. Het maakt niet uit in welke leeftijd. Alles is goed. Ik zou willen zien hoe hij naar de foto kijkt. Ik weet hoe hij altijd keek naar foto’s. Ik zou het willen zien, en zien dat het niet veranderd is. We zouden allebei lang zwijgen waarschijnlijk. Hij zou vertellen over de foto. Waarschijnlijk eerst de namen noemen van de andere jongens. En dan iets zeggen over de huizen. Over de stukken die op dat moment nog niet veranderd waren.

Vertel alle verhalen Fons, vertel ze allemaal. Ik heb ze al honderd keer gehoord, maar het geeft niet. Neem je tijd. Kijk soms zwijgend voor je uit, zoals alleen jij dat kunt. Alsof er iets is dat je niet kunt zeggen. Alsof er een eenzaamheid is die in je huist, en die altijd al in je ogen lag. Neem rustig je bril, die nog steeds een beetje wankel in elkaar hangt. En vertel me alle verhalen.

Vandaag keert het seizoen. Iedereen is opgelucht nu de zomer begint. Het keren maakt me evenwel zoals steeds ook droef. De dagen worden korter, nu het warmer wordt. De zomer is een soort naijleffect van de tijd. Zoals uitbollen met de fiets.

Weet je nog Fons, hoe we gingen fietsen samen? Jij had je band wat slapper gezet. Je hield van het gestage tempo, niet te snel. Ik reed altijd sneller de brug op, en reed ook eerst naar beneden. Ineens zie ik weer je gezicht bij de afdaling. Bij het uitbollen.

Als je wilt laat ik je de stad zien waar ik nu woon. We gaan tot aan de treinen, en daar gaan we even zitten. Je trekt je wenkbrauwen op bij alles wat je daar ziet, en knikt alleen maar. We gaan naar alle plekken waar er dingen te zien zijn. En je kijkt, met je handen op je rug. Daarna laat ik je mijn fietsen zien. En ik haal de foto erbij waar jij trots bij je fiets staat, in een uniform. En de foto van jouw twee jongens, de ene met een fiets, de andere in een klein duwautootje. Die andere staat ook op andere foto’s. Waar ik ook op sta. Aan de rand van de zee. Of je iedereen nog herkent, zou ik willen weten.

Weet je nog Fons, hoe je al het houtwerk moest maken voor de fabriek van geneesmiddelen midden in het dorp? Het was een grote opdracht. Vertel het nog eens. Misschien zou ik willen dat je over het hout praat. En jij zou me aankijken met een vraag. Je zou vooral praten over de kasten die uit dat hout kwamen. Maar welk hout was het dan? Dat zou je nog wel weten. En ik zou je vertellen dat jouw kasten gemaakt waren voor de eeuwigheid. Altijd net iets steviger dan nodig was. Altijd met net iets meer lijm, net iets zwaardere schroeven, net een nagel meer, dan jouw zoon in het autootje later zou doen. Die zou meer vertrouwen op het perfecte verstek. Op penverbindingen die zo secuur waren gemaakt dat er geen lijm of nagel meer nodig was.

Het blijft nog lang licht vandaag Fons. Misschien wil je vroeg gaan slapen vandaag, maar het moet niet. Je mag straks op een stoel dicht voor de kleurentelevisie gaan zitten. Zodat je alles goed hoort. Het geeft niet. We kunnen ook nog verder wandelen, we hebben alle tijd.

1 opmerking:

http://uvi.skynetblogs.be/ zei

.

Ach, de straten waren meestal leeg.
Behalve op zondag of als het kermis was.

Als er maar iets bewoog dan werd het al direct een attractie.
Een man met een hoed en een snor. En een groot ding op drie houten poten.
Dat geleek al vlug op een circus. Maar dat was nooit in ons dorp geweest.

Hij stak z'n hoofd onder een zwart doek. En riep dan op ons om naar 'het vogeltje te kijken dat zou gaan vliegen'.

Ik heb er nooit eentje zien weg vliegen.
Die mensen van de stad waren niet te vertrouwen.

.