12 juli 2009

Ontsnapt

Het boek valt mooi open. Lezen met zo weinig mogelijk bewegingen. Alleen het betasten van het papier door aarzelende vingertoppen. Telkens opnieuw. Om te zien of het nog ademt. Het ritme van de trein neemt het lichaam verder over. Een zoete verstening. Zolang het duurt. Het landschap schuift voorbij. Blijft stil, en wil niets verstoren. De grens laat zich ongemerkt overschrijden. Dit alles is onderweg. En net daardoor in een graad van stilstand.

De lijnen op je handen. Ze herinneren zich. Ze hebben gewacht op hun ontstaan. Hoe lang kun je kijken naar die handen? Waar neemt het verlaten het over? Er huist een trage vermoeidheid in die handen. Ook al zullen ze je vertellen dat ze tot alles in staat zijn. Of toch veel. De verhalen zijn wel gebleven. Net zoals het landschap zich elke voetstap herinnert. Aanraakbaar.

Je loopt over de straat. Je kunt de evenwichten verschuiven in je beweging. Je schuift wat naar voor. Schouders en middel komen in een ander ritme. En even lijkt er een andere man te zijn. Alsof die binnen bereik zou kunnen zijn. De dingen zien er anders uit. Of je trekt je terug in een middelpunt. Waardoor alles opgeheven wordt in bewegingen van de voorvaderlijke lijn. En je alleen nog maar bent waar je vandaan komt. Of je vergeet te vloeien. En voelt hoe alles zich vastklampt. Tevergeefs.

Soms zou je willen liggen. In die ene lijn. Op die ene plek. Daar waar je niets meer voelt. Waar alles wat pijn zou kunnen zijn je langzaam verlaat. Zonder dat je de zwaartekracht zou moeten opgeven. Nog dicht genoeg bij de aarde. Misschien is het je niet gegeven. Misschien ben je er niet voor gemaakt. Misschien is het hoogmoed om heel even zonder herinneringen te willen zijn, zonder opgespaarde tijd.

Anderen bewegen door je heen. Ze waden door je kreken. Nemen even bezit van je, en trekken zich dan weer terug. Verdwijnen doen ze niet. Zouden die anderen het weten? Zouden ze weten wanneer ze door jou ronddolen?

De grond lijkt naakt in die muziek. Misschien zijn de woorden tastbaar genoeg. Ze bewegen tussen schaarse klanken. En zeggen iets over de liefde. Ook al weet je niet wat het is.

De lucht is wolkeloos geworden. Langzaam hebben ze zich teruggetrokken. Waarin? Zijn er zwarte gaten in die bijna witte lucht? Waar ze even kunnen gaan schuilen? Het is alsof de lucht iets wil zeggen. Uitgespreid, onverhuld en raakbaar. Aan het einde van een dag is er nog iets te fluisteren. Een geheim. Een verhaal voor de nacht. Een gedeeld verlangen. Alles zou binnen bereik kunnen zijn. En niemand die het kan zien.

Een stem zegt dat je weer thuis bent. Een andere zegt dat het nog te vroeg is. Dat je nog eerst alles achter zou moeten laten. Om thuis te kunnen komen. Zou je er ooit komen?

Soms wil je je vergewissen van schoonheid. Wil je even aanraken wat zomaar los door de wereld beweegt. Niet om de schoonheid te bewaren. Niet om haar te bezitten. Niet om haar door woorden te omgeven. Niet om haar te ontsluieren. Enkel om zelf niet te verdwalen.

1 opmerking:

http://uvi.skynetblogs.be/ zei

"
Soms zou je willen liggen. In die ene lijn. Op die ene plek."


***

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.


Kopland
.