Een
interessant gesprek met enkele goede vrienden. Het gaat onder meer over
veerkracht. Zul je goed kunnen inspelen op onverwachte gebeurtenissen? Zul je
er klaar voor zijn, zul je de ruimte hebben in je hoofd? En over
vrijheidsplekken in dat hoofd. Kun je een ruimte van vrijheid veroveren in je
hoofd die niet kan ingenomen worden door een ‘systeem’, waar je mee deel van
uitmaakt?
In die
woorden klinkt het zwaar, en daardoor ook veilig. De vragen zijn kleiner
waarschijnlijk. De vragen die overblijven, zijn nog voorzichtiger.
Of je ooit
weet of je het goede doet, het goede gedaan hebt. Of je de mogelijkheden die in
je handen gelegd zijn zult hebben gebruikt. Of je de dingen die konden gebeuren
en die alleen jij kon doen ook hebt gedaan. Of je niet wegkeek, wegliep, op die
momenten die belangrijk waren.
En of je
het kunt leren. Of je je kunt voorbereiden. Om er te zijn wanneer het echt
belangrijk wordt. Misschien hoort daar de vrijheid, bij die vragen. De vrijheid
in je hoofd. Als een lege plek, een mals grasveld ergens midden in het bos. Een
plek die alleen van jou is, die niemand je ooit zal kunnen afnemen. Een plek
die – alleen al door er te zijn – een vorm van verzet is.
Om te
handelen, om een stap te zetten die anders is dan wat verwacht wordt, heb je
nood aan die vrijheid, denk je. Of, het zou kunnen dat het zoeken en veroveren
van die vrijheid je zou kunnen helpen om te handelen, en een stap te zetten.
Maar je
weet het nooit zeker. Ook al oefen je elke dag. Ook al probeer je elke dag te
twijfelen, om nog beter te zien. Ook al probeer je dat zelf leeg te maken.
En dat
uiteindelijk de houding waarmee je de dingen doet het belangrijkst is. En dat
je je moet blijven oefenen in bescheidenheid.
Misschien
zullen je geliefden ooit voor jou de vragen kunnen beantwoorden. Misschien zal
je dochter die je niet hebt je ooit kunnen vertellen of iets van wat je deed in
de goede richting is gestroomd.
Het zijn
vragen die je maar heel af en toe aan de woorden mag toevertrouwen. Ze moeten
naakt blijven, onbeschermd. Ze zouden in je vingers kunnen verbrokkelen, en zo
hoort het ook.
En alles
wat je niet kunt zeggen. Soms verlang je er zo naar. Om het uit handen te
geven, wel aan de woorden. Maar het lukt niet. Tot aan het hortend stotteren
mag je komen, misschien. Verder niet.
De lege
plek in je hoofd. Die volle leegte. Hoe je die kunt voeden. Er zijn honderd
manieren, minstens. Het zijn keuzes. Die vrijheid is een keuze, toch minstens
voor een deel.
Het zou
kunnen dat het je helpt om je angst te overwinnen.
Het zou
kunnen dat het je helpt om er nog meer te zijn voor wie je lief is. En beter te
zien.
1 opmerking:
Toch maar oppasen, Jan,
met die lege plekken.
Want voor je het beseft,
ligt er iemand in ...
Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras,
ik heb altijd gewild dat ik dat was,
een lege plek voor iemand, om te blijven.
Uit 'Geluk is gevaarlijk'. Kopland.
Een reactie posten