13 december 2006

Kronkels

Er zijn altijd mensen die zeer goed zijn in het gebruiken van allerlei uitdrukkingen of gezegden. Het doet me een beetje denken aan oude schoolmeesters en de taalboeken die we in de lagere school kregen. Van die boeken herinner ik me nog dat ze van een soort glanzend papier waren, dat ze een lichtjes streng lettertype hadden, en ook dat ze een bepaalde schoolboekengeur hadden. De opmaak van die boeken was nooit ‘frivool’ te noemen. In een rekenboek werd al eens een rode steunkleur gebruikt, maar in een taalboek gebeurde dat nooit. In die boeken vonden we vaak allerlei uitdrukkingen die we dan moesten leren. Ze leken samen te hangen met een wereld die toch een beetje ver af was.

Toen dacht ik dat de lichte verwarring die af en toe over me kwam vanzelf zou overgaan met het groter en ouder worden. Die blik van de meester die je aankijkt terwijl hij een vraag stelt, en de lichte schrik dat je een fout zult gaan maken, en hoe de anderen rondom jou dan zullen kijken en zo.

In de leesboeken kregen we teksten over allerlei dam- en stuwsystemen in de Ardennen en ook over het maken van papier. Met wat duistere zwart-witfoto’s werd uitgebreid uitgelegd hoe papier wordt gemaakt. Met woorden als ‘pulp’, die erg tot mijn verbeelding spraken. Ik leerde ook dat het betere papier van katoen werd gemaakt. Interessant allemaal, maar toch had ik zo vaak het gevoel dat de wereld aan de andere kant van die schoolpoort een andere wereld was.

Niet zo erg allemaal, maar dat schoolgevoel is nooit helemaal overgegaan. Met name in de categorie uitdrukkingen en gezegden. De verwarring slaat genadeloos toe, mijn brein begint zich in allerlei bochten te kronkelen, maar het haalt allemaal niets uit. Zodra er iemand iets zegt over hart en riem en hoe zat dat alweer, loopt het fout. Was het nu iemand een hart onder de riem steken, of iemand een riem onder het hart steken? En als ik het al zou kunnen onthouden, wat zou het dan in godsnaam betekenen? Ik probeer mij iemand voor te stellen met een hart en een riem, in de hoop dat ik het dan zou zien, maar geen enkele logica dringt zich op…

Zo heb je ook allerlei dingen met het woord olie erin. De ene keer spreken ze over geen olie op het vuur gooien. Dan denk ik: olie op het vuur, dat zal dan wel sneller branden of zo. Niet goed dus. Geen olie op het vuur is dan waarschijnlijk de zaken niet erger maken dan ze zijn. Maar de andere keer gaat het dan over olie op de golven. Oeps, verloren… Waarom olie? Waarom op de golven? Ik zie beelden van de Amoco Cadiz en zielige meeuwen onder de zwarte smurrie. Maar wat dat met de communautaire betrekkingen in het federale België te maken heeft – in die context willen sommigen af en toe olie op de golven doen blijkbaar – ontgaat me weer volledig. Het ligt ongetwijfeld geheel en al aan mij… Het zal misschien iets met ‘zwaar’ te maken hebben, in de vorm van een soort zwaar tapijt dat je ergens over kunt leggen of zo.

In de afdeling paarden loopt het ook helemaal mis. Maandag hoorde ik nog iemand spreken over een paard een paard noemen. O jee… wat nu? Een kat een kat noemen, dat kan ik gebruiken zonder erbij na te denken. Of er een diepere zin aan is, wil ik zelfs niet weten. Maar een paard? Je hebt natuurlijk nog man en paard noemen. Maar dat is weer hopeloos. Ik probeer het me dan voor te stellen. Stel dat het paard Kevin heet, en de man Ronny. Als ik “Ronny en Kevin” zeg, gebeurt er helemaal niets. Zou dat moeten? Ik weet het niet…

Maar de kronkels doen zich nog bij andere paardmomenten voor. Het paard achter de kar spannen. Zucht! Het was altijd een ramp. Ik zie dan voor mij hoe men zo’n Brabants trekpaard achter die kar zet, en hoe ingewikkeld het is met al die riemen en zo, en hoe dat paard dan tegen die kar zit te wringen. Het gaat duidelijk niet vooruit, en het zou efficiënter kunnen, maar wie bedenkt nu zo’n uitdrukking? Eer ik het door heb, is het kalf al verdronken. Kalf? Waar? Waarin verdronken? Het komt nooit meer goed.

Nog zo eentje. Dat een vroeger Belgisch politicus het altijd had over: “Ik zal u niet verhelen dat…”, ok, een mens heeft recht op enkele afwijkingen. Maar zodra iemand zei dat niets minder waar is, sloeg het helemaal tilt in mijn hoofd. Daar begon dan een soort interplanetaire rekenreeks, met optellen en aftrekken, en staartdelingen, en de negenproef, en negatieve getallen, en nog meer dingen die ik niet begreep. Wat ik ook geprobeerd heb in de voorbije tientallen jaren, het is nooit goed gekomen tussen mij en deze uitdrukking.

Soms kreeg ik ook meteen te concrete beelden bij een uitdrukking. De soep zal wel niet zo heet gegeten worden als ze wordt opgediend. Lap! Weer van hetzelfde. En ik kon alleen maar denken aan mijn grootvader die zijn gebit onder het tafellaken legde voor hij begon te eten. Voor hem moest de soep liefst niet te warm zijn. Maar over de kwaliteit van de soep maakte hij nooit één opmerking. Er was soms wel discussie aan tafel als er in de tomatensoep van die grote witte bonen lagen. In het kader van de verhandelbare bonenrechten werden die meestal verzameld in de soepborden van een zeer klein aantal tafelgenoten. Maar wat die bonen met politieke onderhandelingen over megaproblemen te maken hadden, dat ging er niet zo goed in bij mij.

Soms denk ik dat het gewoon aan mijn hoofd ligt. Niet geschikt voor namen van bloemen en planten. En dus ook niet voor allerlei uitdrukkingen. Er is daar ergens een structurele file. En sinds mijn lagere school loopt de ochtendfile over in de avondfile (iets waar ik trouwens ook heel hard over moet nadenken altijd, maar dat is een andere discussie).

1 opmerking:

pierre du coin zei

Nog ééntje in de paardenafdeling: een gegeven paard kijkt mijn niet in de bek. In de bek? Een vogel heeft een bek, maar een paard?