15 augustus 2008

De letters

Mooi hoe je tijdens het lezen de letters soms ziet en soms niet.

Je kiest een boek al mee op basis van de letter. Een lelijke letter leest niet goed. Lijkt te veel op foute kleren op een prachtig lichaam. Ze leiden af. Of beter: ze leiden er helemaal niet naartoe.

In de winkel liggen de boeken uitgestald. Rustig in zichzelf gekeerd. Ze wachten op een eerste blik. Zij die al gekend waren voor je hen zag hebben al een streepje voor. Een lelijke kaft wordt al sneller vergeven. Maar de anderen hebben meer nodig om het ijs te breken en het eerste oogcontact naar zich toe te trekken.

Het aanraken van boeken, nog voor je verkocht bent. Misschien om te kiezen. Soms gewoon om te voelen. Alleen voelen hoe het is, voelen dat ze er zijn. Zelfs als geen enkel boek je vergezelt wanneer je weer buiten gaat, kan het al bijna genoeg zijn om de onrust te stillen. Weten met je vingers dat ze daar zijn.

En als dan de eerste woorden uitgewisseld zijn in alle stilte. Als het tijd is voor: ik wil meer van je weten. Dan is er nog veel. Mooi papier doet al heel wat. Of, wat een zeer zeldzaam genot wordt, het ontdekken van de gebondenheid. Na heel voorzichtig en onopvallend kijken uit verschillende hoeken zien dat het boek katernen bevat die niet enkel gelijmd zijn, maar gebonden. Dan is het hart al bijna gewonnen, is er nauwelijks nog een terugkeer mogelijk.

Maar dan zijn er de letters. Je moet ze kunnen vertrouwen. Ze moeten je overtuigen dat je je met een gerust hart bij hen neer kunt leggen. Ze moeten je aantrekken, maar meteen ook weer door kunnen geven.

En wanneer het lezen zichzelf op gang trekt, als de eerste meters van het lopen. De spieren zijn nog stram. De aandacht is nog overal, en dus nergens. De eerste lijfelijkheid is nog niet ontstegen. Het ritme van het lopen is er nog niet. Je weet dat het zal komen, straks. Misschien is het beter hier over geloven te spreken. Je gelooft dat het zal komen, omdat je weet hoe het alle vorige keren was. Je weet al hoe het zal zijn. Soms komt het niet. Maar met die mogelijkheid wil je geen rekening houden.

In die eerste beweging zijn de letters er nog. Er zijn letters, en woorden, en het verhaal. De taal is altijd een beetje vreemd, zeker als het een vreemde taal is. Ook al ken je iemand nog zo lang, ook al ken je elke centimeter, toch is ze elke keer weer heel even vreemd. Je ziet wat je nog niet eerder zag. Je moet de puzzel weer even samen leggen, ook al ken je alle stukken. Met de letters op het papier, die de woorden dragen, die het verhaal onthullen, is het niet anders.

Terwijl je de woorden leest, zie je de letters nog. Je ziet de afzonderlijke letters. Ze staan naast elkaar. En je ziet het woord. De woorden naast elkaar. Het is alsof je even een stap achteruit zet. Je ziet een zin. En zo gaat het verder.

Terwijl je dit doet, kun je vrij bewegen. Terwijl de woorden in je hoofd rustig bewegen en je het verhaal betast, kun je kijken naar hoe mooi de letters zijn. En dat zonder het verhaal te verliezen. Er is al een ritme gekomen. Het hart heeft de juiste slag gevonden. Benen en voeten de beweging die zich laat vergeten.

En je vergeet nog meer. Soms verdwijnen de grenzen, weet je niet meer waar jij begint en waar het boek. Het boek doet je terugkeren naar je boeknatuur. De letters zijn een zee geworden.

En soms. Soms zijn ze er ineens weer. Soms schrik je terug. Je had niet gemerkt dat je helemaal vervloeid was. Overgegeven en verdwenen. Ineens weet je weer dat je ergens bent, dat je lichaam begrensd is. Dan zie je ze weer, de letters. Ze zijn vertrouwd en warm ondertussen, maar je beseft dat je net daarvoor de letters niet meer zag, en toch verder kon lezen. Sneller dan daarvoor kun je weer terugkeren naar het verhaal, maar even lieten ze van zich horen.

En dan de woorden. Ook zij komen dan even plots weer terug. Zeker in de vreemde taal. Hoewel ze niet echt vreemd kan zijn, want je kon het vergeten. Je kon erin verdwijnen, je kon zo terugkeren naar wat vreemd genoeg al van jezelf was. In de taal die je thuis is, een thuis die je nooit kunt verliezen, is er een andere vervreemding, maar soms is er geen verschil. Je ziet de woorden. Je zou ze een voor een hardop willen zeggen, hen aankijken en betasten, hen door je vingers willen laten gaan. Tot je ze weer herkent, waarmee de vervreemding verdwijnt.

Heel even dreigde je het verhaal te verliezen. Heel even vreesde je weg te zullen moeten lopen. Heel even was je bang dat het verhaal niet voor jou gemaakt was. Tot de letters en de woorden je weer gerust stellen. En het verhaal verder kan.

1 opmerking:

http://uvi.skynetblogs.be/ zei

.
En dan is er nog de geur
die zich losmaakt bij het wapperen
van de bladen
onder een bibliofiele neus ...
.