12 oktober 2006

Zachtjes op de aarde


Ik las het vandaag in de krant. De weergave van een artikel in de New Scientist. Wat zou er gebeuren als alle mensen ineens van de planeet zouden verdwijnen? De vaststelling is dat de aarde behoorlijk snel zou herstellen.

De mens kan niet zonder de natuur, maar de natuur kan perfect zonder de mens. Voor sommigen zou dit misschien aanleiding geven tot anti-menselijke standpunten. Volgens mij is het integendeel een troostend idee. Het geeft aanleiding tot bescheiden hoop.

Bescheiden in de zin van: de mens die een beetje meer bescheiden is tegenover de rest van de aarde. En in die bescheidenheid, die kan leiden tot een vorm van zachtjes op de aarde bewegen, ligt er hoop.

Conservatieve stemmen zullen uit de gedachte van een aarde zonder mensen vaak een idee van een veronderstelde 'natuurlijke orde' distilleren. En die is dan een legitimering van allerlei autoritaire en antimoderne denkbeelden. Gevaarlijke onzin natuurlijk.

Het is integendeel een uitdaging om het idee van ecologische grenzen te verbinden met de progressieve idealen. Waarden als vrijheid, rechtvaardigheid, rationaliteit, het geloof in de veranderbaarheid van de maatschappij, autonomie zijn prachtige verworvenheden van het moderne denken. Het vooruitgangsdenken is echter in veel gevallen herleid tot een zuiver 'economische' benadering van de werkelijkheid, waarin alles een product kan worden. De gevolgen daarvan worden elke dag duidelijker.

Het lijkt een paradox, maar het is er geen: een verkeerde, niet-duurzame invulling van het begrip vooruitgang leidt tot minder vrijheid. De moderne mens probeerde zich tot op zekere hoogte te 'bevrijden' van de natuur. De natuur werd de 'andere'. De autonome mens was de enige waarde, al het andere had enkel een afgeleide waarde. Dat de mens een deel van de aarde is, is blijkbaar een bedreigende gedachte.

De mens deelt veel met de andere dieren, en met de andere elementen van de aarde. Alles is opgebouwd uit dezelfde bouwstenen. Zo bekeken is de mens niet zo anders dan het andere. Maar tegelijk heeft de mens een indrukwekkende menselijke en intellectuele geschiedenis opgebouwd, die zij of hij niet met de anderen deelt. En die hoeft niet in het gedrang te komen door een besef van verbondenheid, en van 'aards' zijn, integendeel.

Als vooruitgang alleen maar gezien wordt als een toename van materiële productie en consumptie, dan leidt die enkel tot een overschrijding van de ecologische grenzen. Dat zal zorgen voor minder vrijheid en minder rechtvaardigheid. De strijd om de laatste resterende natuurlijke reserves zal steeds ongenadiger worden. De roep naar autoritair optreden zal groter worden.

Het toenemend aantal natuurrampen die mede veroorzaakt zijn door menselijk handelen wijst in dezelfde richting. Als de mens zich te zeer wil 'bevrijden' van de natuur, dan slaat de natuur terug, en zo wordt de mens alleen minder vrij, en meer de speelbal van allerlei krachten buiten de eigen autonomie.

Het aanvaarden van het deelzijn van de aarde is dus in zekere zin een voorwaarde om ook de idealen van de moderniteit te redden. Wie het begrip vooruitgang invult binnen de ecologische grenzen, wordt niet minder maar meer vrij.

En hoezeer we over de ecologische grenzen gaan, wordt ook steeds meer gedocumenteerd. Zo berekende de New Economics Foundation dat dit jaar 9 oktober de dag is waarop we de aarde beginnen op te eten. Op jaarbasis gezien is dat immers het moment waarop we beginnen interen op het natuurlijk kapitaal, en dus over de grenzen van de natuurlijke draagkracht gaan. Het overschrijden van die grenzen doen we sinds 1987. Elk jaar schuift de datum een beetje op...

Het is nochtans perfect mogelijk een rechtvaardig leven rijk aan kwaliteit uit te bouwen binnen de natuurlijke grenzen. Dat is ook de beste manier om het ideaal van vooruitgang te doen overleven.

Geen opmerkingen: